‘Pasen’ – uit het boek Gebaren van God

Onderstaand verhaal ‘Pasen’ is één van de vele verhalen uit het boek ‘Gebaren van God‘. Word donateur voor maar 3 euro per maand en ontvang het boek gratis. Of bestel het boek voor 10 euro (exclusief verzendkosten). 

“…In de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft.” (Filippenzen 3:12)

“Jaren geleden (ik vond een briefje van Pasen 1994) schreef ik over het elfjarige Hongaarse meisje Anna. Ik weet niet meer waar het vandaan kwam, maar ze had zich afgevraagd wat Jezus gedacht zou hebben toen hij aan het kruis hing. Haar eigen vraag beantwoordend, zei ze: ‘Hij moet echt boos zijn geweest om dood te gaan. Hij had vreselijk veel pijn en er was geen dokter of iemand om hem te helpen. Hij kan zelfs gekreund hebben en ik vraag me af of iemand het heeft gehoord en wat de mensen moeten hebben gedacht …’ 

Zou Hij, Jezus, gehuild hebben? Het staat er niet, maar het klinkt aannemelijk. Iemand vroeg haar: ‘Denk je dat God ook moest huilen?’ Ze antwoordde: ‘Hij moet wel gehuild hebben vanwege de manier waarop zijn zoon stierf… De hele wereld beefde, denk ik, terwijl Jezus aan het kruis hing. zijn moeder moet gehuild hebben totdat ze geen tranen meer had. Ik denk dat de zon een tijdje stopte met schijnen. Heel de wereld was verdrietig, behalve de mensen die wilden dat Jezus stierf.’ 

Het herinnerde me aan een ‘visioen’ dat ik had tijdens een Goede Vrijdag-kerkdienst, toen ik nog een jonge kerel was van een jaar of 17. Ik was met mijn vader naar de kerk gegaan. Waar de rest van het gezin was, weet ik niet meer. Ik herinner me de ‘beelden’ nog heel goed. Tot op de dag van vandaag – zelfs deze dag – vullen ze me met ontzag, verdriet, eerbied. Toegegeven, ik heb een rijke verbeeldingskracht, maar dit leek méér, veel levendiger en realistischer. Alsof ik het echt zag, hoorde, voelde. Als een droom, maar vele malen sterker. 

Tijdens de preek en het daaropvolgende lied heb ik het kruis ‘gezien’. Ik was geschokt door de zinloze moord op een wonderbaarlijk goede man door een gestoorde, blinde en opgehitste menigte. De duisternis, de ondraaglijke pijn, het brekende hart dat barstte van medelijden en de totale verdrietige wanhoop voor een wereld die niet gered wilde worden, de vreselijke eenzaamheid van die wrede dood; het lichaam dat gebroken was.

En toen…? God huilde!

Vraag me niet wat ik precies heb gezien en gehoord. Ik weet alleen dit: God huilde om zijn Zoon. Zijn schreeuw van eenzaamheid en onuitsprekelijke droefheid, zijn tranen van onvoorstelbare wanhoop, zijn schreeuwen van verdriet en doodsangst voor zijn meest geliefde die Hij naar deze vreselijke dood had laten gaan, vulden de hemel.

Stilletjes begon ik te huilen.

En toen (zag ik) zijn woede. Hoe konden mensen dit doen? Zijn razernij donderde door de lucht. Hij stond, maar trillend van woede beefden hemel en de aarde en de lucht werd aardedonker. Zijn ogen spuwden vuur en bliksem doorkliefde de lucht. Op dat moment liet Hij zien dat Hij de Almachtige is, de Here God voor wie het universum zich buigt in angst en beven, de Meester over Leven en Dood.

De graven gingen open.

Maar Hij kon zijn Zoon niet helpen; Hij moest Hem laten sterven. Het was indrukwekkend om de angst en de pijn te zien die Hem verscheurden vanwege de liefde voor zijn Zoon en de woede voor zijn schepping.

Ik was bang.

Toen (hoorde ik) een krakende stem, fluisterend: ‘Vader, …’ Het leek alles te zeggen. ‘Vader…, ik ben hier voor U en met U. Vader…, ik houd van U. Vader, vertrouwend op Uw liefde, zou ik zelfs door U verlaten kunnen worden, zoals U nu moet doen.’

De stem troostte de Almachtige.

Met een zucht, zo diep, dat het leek uit de ingewanden van de aarde te komen, vervolgde de stem: ‘Vader, vergeef het hen…, want zij weten niet wat zij doen’. En de onpeilbare liefde van Jezus voor zijn Vader en voor de Mensheid verzoende hen. Zonder die stem zou de Here God misschien in zijn verschrikkelijke woede en zijn diepste pijn zijn ‘belofte van de Regenboog’ vergeten zijn.

Ik huilde. Dat doe je niet in onze soort kerken, maar ik huilde.

Uit angst; vanwege verdriet, voor het verlangen om deze God aan te raken die zo veel pijn heeft geleden en om zijn geliefde aan te raken, mijn geliefde! Het laatste lied werd gezongen: ‘U zij de glorie, opgestane Heer’.

Ik huilde ook van opluchting.

Wat is ‘onze’ rol hierin, nu dat ‘wij’ het lichaam van Christus zijn? Moeten we delen in zijn lijden (Filippenzen 3:10)? Is dat wat Jezus bedoelde, toen Hij zei: ‘In navolging van mij, neem dagelijks je kruis op?’ We mogen Hem navolgen en net als Hij zijn kruis droeg voor de redding van deze wereld, mogen wij ons kruis dragen voor anderen – wat opnieuw zijn kruis wordt – en zo ‘met ons lichaam delen in het lijden van Christus’, op weg naar redding en verlossing.

photocredits: Joseph Hooper

“Wij mogen ons kruis dragen voor anderen”

Pasen - het interview

In deze podcast ‘Gebaren van God’ is Fred Doeze Jager in gesprek met René Kolsters. René heeft samen met Broeder Andrew het boek Gebaren van God geschreven. Fred praat in deze podcast met René door over het indrukwekkende verhaal ‘Pasen’.

Pasen - het verhaal

Luister hier naar het verhaal ‘Pasen’ uit het boek ‘Gebaren van God’. Verteller is Fred Doeze Jager.